Opstandingskerk Rijsoord

Geschiedenis

Dat de gereformeerde kerk van Rijsoord geen kerkorgel zou hebben was ondenkbaar. Schilder P. Klootwijk stelde in 1889 zelfs zijn eigen harmonium beschikbaar en bespeelde het zelf. Intussen werd gezocht naar een kerkorgel. In Utrecht vond men er een, maar de prijs van f400,- was te hoog. Op proef kwam er een serafine orgel uit Feijenoord voor de prijs van f 270,-. Van horen zeggen had het orgel dienst gedaan in een R.K. kerk in België. In 1901 klaagde de organisten dat het orgel niet meer voldeed. Na lange discussie viel in de ‘kerkelijke kas’ het besluit om in “De Standaard” een advertentie te plaatsen voor een goed pijporgel. In 1902 werd de koop gesloten maar in 1913 begonnen de klaagzangen over het orgel opnieuw.

Er werd tot 1919 doorgetobd. Soms was men bang dat het orgel helemaal geen geluid meer zou geven. Dhr. B.C. van Nes was de kerkenraad al aan komen bieden ‘het zingen der gemeente’ te begeleiden met hoornmuziek of harmonika. De duivel in de kerk hadden sommige dat gevonden, maar de meerderheid nam het aanbod dankbaar aan, mits er geen poppenkast van zou worden gemaakt.

De door de kerkenraad samengestelde orgelcommissie bracht verslag uit. De firma Standaart uit Rotterdam had geadviseerd het geheel waardeloze orgel te vervangen door een nieuw orgel dat f 10.585,- zou kosten. De duitse firma Walker en de Dordtse firma Spiering waren ook in de race met nieuwe orgels ter waarde van f 8.500,- en f 7.280,-. Hoewel men de firma Dekker uit Goes ook nog in beeld had, werd op Goede Vrijdag 2 april 1920 niet Dekker maar Standaart uitverkoren een orgel te leveren een orgel te leveren met 16 registers voor de prijs van f 12.175,-.

De organist Arie van der Linden deed op deze dag de kerkenraad het voorstel om het salaris van f 400,- dat organisten toekwam te bestemmen voor de aflossing van het benodigde kapitaal. hij vond daar ds. Kuyvenhoven tegenover zich omdat het bespelen van het kerkorgel volgens hem een erezaak was die gansch en al op vrijwilligheid berustte. Op 5 mei 1920 werd toestemming gevraagd aan de ‘manslidmatenvergadering’ het orgel te kopen.

Binnen 14 dagen was f 4.000,- bij elkaar en half juni was het bedrag van f 12.000,- bijna bereikt. Ds Kuyvenhoven prees den Here die harten tot geven had bewogen. Dhr. P. Crielaard en Arie van der Linden bespeelde op de avond van Hemelvaartsdag 1921 het nieuwe orgel.

Log in with your credentials

Forgot your details?